Notes


Matches 401 to 450 of 1,055

      «Prev «1 ... 5 6 7 8 9 10 11 12 13 ... 22» Next»

 #   Notes   Linked to 
401

Hij volgde in 1242 zijn vader op als heer van Egmond. Omdat hij op dat moment nog niet meerderjarig was, stond hij tot 1248 onder gezag van een regent, zijn achterneef Wouter "Stoutkind" van Egmont.
In 1258 stond hij de ambachtsheerlijkheden Oterleek, Oudorp, Oudkarspel, Spanbroek en Wadeweij af aan Floris de Voogd, oom van graaf Floris V van Holland, in ruil waarvoor hij het heerlijkheid Warmenhuizen in leen kreeg. Hij breidde zijn gebied ook uit door aankopen, onder meer van Huisduinen. Hij nam in 1282 deel aan een veldtocht van Floris V naar Friesland.
In de zomer van het jaar 1283 werd door graaf Floris V van Holland de heerlijkheid Egmont tot vrije hoge heerlijkheid verklaard. Dit betekende dat Willem II van Egmont leenheer was geworden van de graaf van Holland en niet meer van de abdij van Egmont. Na de moord op Floris V in 1296 begeleidde hij de nieuwe graaf Jan I van Holland op een tocht naar Engeland, waar Jan ging trouwen met een dochter van de Engelse koning.

 
van Egmond, Willem II (I1333)
 
402

Hij volgde zijn vader op als graaf van Verdun en was de machtigste edelman in Opper-Lotharingen. In 925 huldigde hij Rudolf I van Frankrijk als koning van Lotharingen. In 939 werd hij door keizer Otto I aangesteld tot hertog van Lotharingen en voogd van Hendrik, de zoon van Giselbert II van de Maasgouw. Een jaar later moest hij zijn functie als hertog alweer opgeven omdat Otto zijn broer Hendrik I van Beieren tot hertog benoemde maar toen die niet in staat bleek om de functie goed in te vullen, kreeg Otto de functie nog in 940 weer terug.

 
van Verdun, Otto (I1262)
 
403

Hij was aanwezig bij een grondschenking (de Albrandswaart, nabij Putten) aan de Abdij ter Duinen, Dirk VII van Holland is hierbij als getuige aanwezig. Wouter streed onder Willem I van Holland in de Loonse Oorlog (1203–1206) tegen Lodewijk II van Loon. Tijdens deze oorlog werd zijn Kasteel Egmond verwoest waarna hij samen met Beljaart, heer van Beverwyck een aantal Kennemerse divisies leidde, hij kreeg tijdens deze periode de bijnaam De kwade. Na de oorlog begon hij aan de wederopbouw van zijn kasteel. Hij bleef net zo als zijn voorvaderen in conflict over betalingswijzen met de Abdij van Egmond, die hem als bijnaam Kwade Wouter gaven.

 
van Egmont, Wouter (kwade wouter) I (I1789)
 
404

Hij was de eerste eigenaar van het slot Marquette te Heemskerk. Hij was baljuw van Kennemerland. In 1254 versloeg hij de West-Friezen

 
van Teylingen, Gerard (I940)
 
405

Hij was de oudste zoon van Jan I van Egmond en Guyote van IJsselstein. Van Egmond zat vanaf 1372 in de ministriaal van Albrecht van Beieren. Hij nam in 1396 deel aan de veldtochten tegen de West Friezen en kreeg in 1398 de heerlijkheden van Ameland en De Bilt toebedeeld. Van Egmond kreeg het bevel over de Hollandse troepen die Friesland moesten stabiliseren. Hij leefde in onmin met graaf Willem VI van Holland vanwege zijn Kabeljauwse gezindheid.

 
Van Egmond en IJsselstein, Arend (I1345)
 
406

Hij was een zoon van Jan IV van Arkel. In een charter boek in Jeruzalem is gevonden dat hij in 1124 de stad Jeruzalem met het Heilige graf heeft bezocht. Hij zou daar diversen keren zijn diensten hebben aangeboden in de strijd tegen de moslims, waarna hij door Boudewijn II van Jeruzalem tot ridder van het Heilige graf is geslagen. Trok na terugkomst mee met Dirk VI van Holland op tegen de Westfriesen, dit deed hij twee keer. Jan V sneuvelde bij de Slag bij drie fonteinen (dichtbij Brussel). Jan V huwde diverse keren, eerst met eene Petronella, hij huwde vervolgens met Geertruida van Loon, een dochter van Hendrik van Loon, waarmee hij (minstens) een zoon en opvolger Jan VI van Arkel(Volgt 14a) kreeg. En enkele jaren later met Adelheide van Loon en ook nog mogelijk met Christina van Steenvoorde.

 
van Arkel, Jan V (I3199)
 
407

Hij was op 4 sep 1252 te Middelburg tegenwoordig, toen Floris, broeder van Holland, aan Boudewijn van Noordwijk vrijdom van Schot en Bede voor zijn pachters tussen het Veen en Warmond vergunde )Oorkondeboek I no 568).
Op 5 okt 1256 was hij met Hendrik, heer van Voorne, Symon van Haarlem, Dirk van teyligen, Claes van Borsselen, Godfried van Cruyningen, Hendrik van de Leckem Arnous van Eemskek (burggraaf van Torenburg), Willem van Strijen, Hugo van Naaldwijk, Hugo van Schouwen en Simon van Souburgh te Brussel toen zij beloofden te zullen zorgen dat de vrede tussen Margaretha, gravin van Vlaandeen, en graaf Floris, voogd van Holland, gemaakt, bewaard bleef (Oorkondeboek II no 13).
Op 6 juni 1257 komt hij als getuige voor in de brief die Lubbertus, abt van Egmond, uitgaf ter aanwijzing van enige renten ter betaling van wijn en brood voor de monniken (Oorkondeboek II no 26).
Op 12 feb 1259 komt hij als ridder en getuige voor bij de bevestiging die Aleid, voogdes van Holland, gaf aan de abdis van Rijnsburg van de goederen haar vroeger door gravin Petronella en anderen geschonken, benevens goedkeuring van de vermangeling met Dirk, heer van Teylingen, aangegaan (Oorkondeboek II no 51).
Op 1 mei 1262 vergunde hij te Haarlem aan zijn neef Nicolaas van Rietwijk, dat op diens zonen en dochters het goed zou mogen versterven, dat die van hem in leen had (Oorkondeboek II no 86).
Op 18 nov 1263 was hij getuige bij de gift van Lubbertus, abt van Egmond, aan Symon van Haarlem en zijn erven van enige landerijen te Limmen (Oorkondeboek II no 106).
Op 28 okt 1264 was hij tegenwoordig bij de verkoop van Dirk van Wassenaar van de tienden tussen Alphen en Woerden aan Heer Willem van Brederode (Oorkondeboek II no 119).
Op 29 apr 1267 was hij getuige bij de belening van Albrecht, heer van Voorne, aan het Huis ten Velde met toebehoren aan Floris van den Velde (Oorkondeboek II no 156).
Op 23 okt 1268 was hij borg voor Hendrik, heer van de Lecke, ridder, tegenover het Kapittel van St. Marie (Oorkondeboek II no 173). In datzelfde jaar beschermde hij de stad Haarlem tegen de aanloop der kennemerlanders (zie Hollandse Kroniek).
Op 23 juni 1270 was hij in de Raad van de graaf toen Floris V het vrijgeleide van Lübeck bevestigde (Oorkondeboek II no 202).
In 1273 gaf hij die van Waterland handvesten en privileges, welke later tot onaangenaamheden aanleiding gaven.
Op 25 apr 1274 vergunde hij aan Ysbrand van Spaarnewoude, dat diens leengoederen bij gebrek van zoons op de dochters zouden mogen overgaan (Oorkondeboek II no 267). In datzelfde jaar stond hij graaf Floris V terzijde als getuige, toen deze de voorrechten van de abdij van Leeuwenhorst bevestigde en die in zijn bescherming nam (Oorkondeboek II no 282).
In tegenwoordigheid van de graaf en van diens Raden verzoende hij zich op 30 sep 1275 met zijn ontevreden geworden Waterlanders (Oorkondeboek II no 301). Daardoor waren echter alle moeilijkheden voor hem nog niet uit de weg geruimd, zodat op 13 juni 1277 Johannes, bisschop van Utrecht, met enige van zijn prelaten de geschillen tot een oplossing moest brengen, die er tussen Heer Jan Persijn en die van de Zeevang gerezen waren (Oorkondeboek II no 339).
Blijkens de verklaring die Floris V op 3 mei 1280 uitgaf, dat de heer Nicolaas van Cats de lijftocht had afgekocht, die vrouwe Aefkyn, weduwe van heer Hugo Botter, op Schoonhoven bezat, lag heer Johan Persijn met de graaf voor Vredelant (Oorkondeboek II no 392).
Op 27 juli 1282 verkocht heer Jan de helft van zijn vrije heerlijkheid Waterland en Zeevang, benevens zijn rechten in Amsterdam aan graaf Floris V tegen diens goederen in de Lier en Zouteveen, onder beding dat zijn zoon en erfgenaam Claes Persijn Waterland voortann als leen van de graaf zou ontvangen en altijd bezitten; deze zaak kreeg kreeg de volgende dag haar volkomen beslag (Oorkondeboek II no 460 en 461).
In het jaar 1285 schijnt hij met Amsterdam begiftigd te zijn, omdat de drie gebroedrs van Amstel, Willem, proost van St. Jan te Utrecht, Gijsbert, heer van Amstel, en Arnoud van Amstel op 27 okt 1285 de afgeperste verklaring aflegden dat zij genoegen zouden nemen en vrede hebben met die gift van Amsterdam aan heer Jan Persijn (Oorkondeboek II no 571).
Volgens van Leeuwen overleed heer jan Persijn in 1292. Dit is meer waarschijnlijk dan hetgeen de Kroniek van Egmond vermeld, 26 dec 1283, doch voor 1283 moet wellicht 1293 gelezen worden.
Hij was waarschijnlijk gehuwd met Luitgaert van Linden, van wie echter niets bekend is.


23-01-1277 Archief E.A.Ochtman Den Haag. Transcriptie vanuit het Latijns.
Heer Jan Persijn belooft dat na den dood zijns broeders Symon, diens kinderen hetzij zoons of dochters, in zijne lenen zullen opvolgen.
Nos Johannes milles dictus Persyn notum facimus universis presentia visuris, quod omnia bona et predia que Symon frater noster dilectus a noblis in feudum obtinet, post obitum suum et uxoris sue Machtildis purkines ipsorum tali modo concedimus possidenda, videlicet quod filius post filium dummodo fuerit filius, quod absit, flia post filiam cum eorum heredibus jure feudali omnia bona seu predia a nobis collata sive conferenda in perpetuum obtinebit. In cujus rei testimonium ipsis presentem litteram nostri sigilli munimine contulimus roboratum. Datum anno Domini MCC septuagesimo sexto, sabbato ante conversionem Paulli".
Vertaling:
Ik Johannes, genoemd Persijn bij leven hier aanwezig, verklaar hierbij, dat hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van mijn broeder Symon, vader zijne kinderen, edel in leven, te weten, dat na mijn overlijden, hij en zijne echgenote Machtildis en hunne kinderen in al mijne erfgoederen en lenen zullen opvolgen. Hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van hun en door mij vastgelegd in de als getuigenis aanwezige schepenbrief. In het jaar des heren 1276, zaterdag voor de bekeerde Paulli.
Naar een afschrift der 17 eeuw geextract uit het leenregister van Hodenpijl en Haamstede. mr. LPC van den Bergh, oorkonde boek van Hollanden Zeeland, deel II nr.61.

 
Persijn, Jan (I917)
 
408

Hij was rentmeester van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, zijn neef. Hij was regent van Arkel, nadat zijn broer Jan III van Arkel in 1324 was overleden, totdat diens zoon Jan IV van Arkel oud genoeg was om Heer van Arkel te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal daar zijn bijnaam Oom van Arkel aan ontleend zijn.
Hij sneuvelde bij de Slag bij Warns. Hij was gehuwd met Lijsbeth van Emmikhoven

 
Oem van Arkel, Nicolaas (I1994)
 
409

Hij werd door graaf Willem II aangesteld tot burggraaf van Leiden tussen 1240 en 1243 na het overlijden van burggraaf Jacob, overleden voor 1260, trouwde Leiden 1240 of 1241 met Christina/Kerstine van Leijden (van Oegstgeest), geboren Leiden omstreeks 1220 (dochter van Jacob, burggraaf van Leiden 1201-1241), erfdochter van het Leids burggraafschap en de ambacht Leiderdorp en Oegstgeest, overl. 1254.

 
van Cuijck, Dirk (I2636)
 
410

Hij werd in 946 graaf van de Lommegouw (Namen). Robrecht stelde zich onafhankelijk op tegenover aartsbisschop Bruno van Keulen, die ook hertog vanLotharingen was. Hij steunde een opstand van een graaf Immo en legde Bruno’s edict naast zich neer om de versterkingen af te breken die gebouwd waren zonder de toelating van de hertog. Hij vergrootte juist het kasteel van Namen. Hij was gehuwd met Ermengarde, dochter van Otto van Verdun

 
de Namur en Lomme, Robrecht I (I1260)
 
411

Hij werd op 28 augustus 1215 tot rentmeester of voogd van de Sint-Adelbertabdij benoemd, dit deed hij tot 1221. Hij liet in 1227 een kapel bouwen bij het slot aan de hoeven. Hij was onder de aanzienlijke edelen ten tijde van de graven Willem I en Floris IV, was evenals zijn vader advocatus der abdij en werd in 1227 door de abt met verschillende goederen beleend, zodat hij blijkbaar de leenheerschappij der abten erkende, al twistte hij ook langdurig met hen over rechten, die hij aan zichzelf ontleende. In het voorjaar van 1234 trok hij mee met Floris IV van Holland als vazal om de stedingers een halt toe te roepen, in een van de veldslagen nabij de Elbe werd Willem gedood. Zijn lichaam werd teruggebracht en begraven in het slotkapel in Egmond aan den Hoef.

 
van Egmond, Willem I (I501893)
 
412

Hij wordt op 27 juli 1282 met name als de oudste zoon genoemd (Oorkondeboek II no 460). Hij is gesneuveld bij Zierikzee. Heer van half Waterland, Velsen (ca. 1255, hij woonde er ook), de Lier en Zouteveen. Hij werd op 28-09-1298 gegijzeld op huis Wena.
Op 5 nov 1303 deden Nicolaas van Persijn, ridder, Nicolaas, heer van Putten, Philip van Duvenvoorde, Vriese van der Mye, baljuw van Zuid-Holland, uitspraak over goederen in Ticsclynswaerde (v Mieris II bl 35).

 
Persijn van Haarlem, Nicolaas Heer van Velzen en Waterland (I921)
 
413

Hij stichtte het dorp Egmond aan Zee. Mogelijk was dit al door vissers bewoonde nederzetting. Hij bouwde er een kerkje ter ere van St. Anna en zo verkreeg deze nederzetting de dorpsstatus. Hij trouwt 1e met Katharina, de dochter van de hertog van Gloucester. Nadat hij haar op 27 augustus 1004 op overspel betrapte, doodde hij haar en haar minnaar en begroef beiden in het bos naast het slot op de Hoef, dus in ongewijde grond. Hij woonde op het rondeel te Egmond op de Hoef

 
van Egmond, Walengier I (I501905)
 
414

In 1253 en 1255 verkocht hij de heerlijkheid Zwartewaal en ook de heerlijkheid Velsen uit de erfenis van zijn moeder. Op 22 augustus 1257 staat hij vermeld als ridder en kocht in 1261 voor 800 pond het goed Holtsole (Huntsele, Honselersdijk). Het behoorde tot het verdwenen kasteel van Frederik Hendrik. Ook verwierf hij goederen onder Monster, De Lier, Maasland en bij de kapel van Wateringen in 1257

 
van Naeldwijck, erfmaarschalk van Holland Hugo II (I1912)
 
415

in 770, ten laatste begin 771 verstoten

 
Desiderata (Gerperga) (I776)
 
416

In de 9e bundel van het Historisch Genootschap heeft dr. F. Wijdenes Spaans een uitvoerige geslachtslijst opgenomen van zijn voorvaderen waaruit blijkt, dat Aafje Velius, de kleindochter van de zeer bekende Hoornse dokter en geschiedschrijver (de Kroniek van Hoorn) Theodoor Velius, trouwde met Gerbrand Wijdenes te Opperdoes. Deze leefden omstreeks 1650 in Opperdoes. Achtereenvolgens kwamen nu de volgende generaties: Maarten Gerbrandsz Wijdenes met Dieuwertje Jacobs (omstreeks 1690)

 
Wijdenes, Gerbrand (I2926)
 
417

In de geschiedenis van Nederland is Gijsbrecht IV het bekendst van het complot tegen graaf Floris V van Holland.

Gijsbrecht is het hoofdpersonage in Joost van den Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel. Het verhaal speelt zich echter af tijdens het Beleg van Amsterdam in het jaar 1303, waar Gijsbrechts zoon Jan voornamelijk bij betrokken was. Men gaat ervan uit dat zowel Gijsbrecht als zijn zoon als voorbeeld dienden voor het hoofdpersonage.

Gijsbrecht werd vermoedelijk geboren in het slot van Ouderkerken, gelegen aan de rivier de Amstel waaraan de familie haar naam ontleende. De funderingen van het slot liggen vermoedelijk onder de Joodse begraafplaats.[3] Hij komt voor het eerst voor in geschriften uit 1252, waarin hij dat jaar zijn zegelring laat maken samen met de broers Gijsbrecht en Wouter Uytengoye.

Net als zijn voorgangers is Gijsbrecht eropuit om zijn gebied van Amstelland uit te breiden. Hij moet echter inbinden vanwege het voorval van zijn vader en toont zich loyaal aan de bisschop van Utrecht. Zijn eerste strijd heeft hij echter al in 1257 met de bisschop en die liep ongelukkig af. Bij de verzoening te Bodegraven in 1257 werd hem vernederende voorwaarden opgelegd. Is daarna in 1257 aanwezig bij een verzoening tussen de graaf van Vlaanderen en hertog van Gelre en treedt in 1261 op als getuige bij een verzoening tussen bisschop Hendrik van Vianden en Otto II van Gelre. Daarbij werd Gijsbrecht in al zijn rechten hersteld.[4] Gijsbrecht weet met zijn broers Willem en Arnoud van Amstel veel grondgebied te vergaren en door middel van leenbeheer veel geld te verdienen. Delen van de winst uit de landgoederen bij Diemen worden aan het Sint Janskapittel besteed. Ook de tienden van Kalslagen, Loenen en Nieuwveen leveren veel geld op. Op enig moment komen Gijsbrecht en zijn broers in dispuut met Lombardische heren die ook op landgoederen uit zijn. In deze twist wordt bemiddeld en verzoend door de bisschop van Utrecht. In 1265 komt hij voor onder de vier ridders die door de bisschop werden aangewezen in een arbitrage-verdrag met Gelre, en in 1266 maakte hij deel uit van de Raad van de jeugdige graaf Floris V.

In 1268 (tot 1275) vinden we Gijsbrecht aan het hoofd van de Kennemers, die na in Holland een boerenopstand te hebben verwekt, Utrecht korte tijd innamen en enige kastelen verwoestten. Het is niet onwaarschijnlijk dat hem bij de latere verzoening met de nieuwe bisschop van Utrecht, Jan van Nassau, het slot Vredelant, dat hij tevergeefs had belegerd, in pandschap is gegeven. In 1273 komen de leenheren van de bisschop nogmaals in opstand. Dit wordt mede veroorzaakt doordat de bisschop steeds meer rente vraagt aan zijn ondergeschikte landheren die eigenlijk onafhankelijk willen worden. Gijsbrecht besluit net als Zweder van Abcoude en Herman VI van Woerden landerijen te verkopen, o.a. op Texel en Calslagen, zodat het Sticht Utrecht deze niet meer kon innemen. De bisschop komt dan tot de conclusie dat hij de macht over zijn leenheren niet meer aan kan en besluit de landerijen aan de westkant van het Sticht te verkopen aan Floris V van Holland.

Op 6 april 1278 komt een nieuwe verzoening tot stand tussen alle partijen (graaf van Holland, bisschop van Utrecht en verscheidene heren). In 1279 rezen echter opnieuw geschillen tussen Utrecht en Amstel en wel over de tol die Gijsbrecht in Vreeland hief. In de zomer van 1279 leed bisschop-elect Jan van Nassau bij Soesterenge een nederlaag tegenover de Amstelheren. Toch kwam nu graaf Floris V de elect te hulp. In april 1280 werd Gijsbrecht bij Loenen door Jan II van Renesse verslagen en gevangengenomen. Daarop moest zijn broer Arent het slot Vreeland dat door Floris werd belegerd, overgeven.[5] De beide broers werden in Zeeland gevangen gehouden. Op 27 oktober 1285 kwam een verdrag tot stand waarbij Gijsbrecht zich aan de graaf onderwierp en zijn leenman werd. De opstand was nu in handen van graaf Floris die deze in 1288 de kop wist in te drukken. Floris verplichtte Gijsbrecht hem 2000 gulden te betalen, de schuld die hij eerst had uitstaan bij de bisschop van Utrecht. Hij leende dit bedrag bij Jan II van der Lede. De verhouding tussen Floris en Gijsbrecht schijnt later goed te zijn geweest.

Gijsbrecht was rond 1290 een van de belangrijkste Hollandse edellieden. In 1291 nam hij de eerste plaats in in de raad, die 's Graven gemalin Beatrix, tijdens de afwezigheid van haar gemaal, ter zijde stond. Kort daarna beraamde hij samen met de leenmannen Gerard van Velsen en Herman VI van Woerden het plan om hun leenheer, graaf Floris V van Holland, te ontvoeren en op te sluiten in het Muiderslot. Na de doodslag van Floris V (op 27 juni 1296), wist Gijsbrecht te ontsnappen. Mogelijk was hij al op 23 juni gevlucht en er op het Muiderslot niet bij geweest.[6] Tijdens zijn ontsnapping wist hij lijf en goed te verbeuren, vluchtte hij naar Vlaanderen en vertoonde zich nog te Veere om graaf Jan van Avesnes zijn opwachting te maken. Toch moest hij opnieuw vluchten. De rest van zijn leven bracht hij in ballingschap door in het hertogdom Brabant. Later was hij in de Betuwe gevestigd (de omgeving van Oss). Na 1303 wordt hij niet meer genoemd. De motieven van Gijsbrecht voor de ontvoering zijn nooit helemaal duidelijk geworden, maar houden naar alle waarschijnlijkheid verband met de politieke keuzes (plotseling het Engelse kamp verlaten en de Franse zijde kiezen naar aanleiding van onenigheid met Vlaanderen) van Floris V.

 
van Amstel, heer van Amstelland Gijsbrecht IV (I1757)
 
418

In de herfst van 1880 komt Geertien Hilbrands-Beening met haar zes kinderen op de boerderij aan de Menso Altingstraat 5 te wonen.

Op 13 mei 1881 laat zij zich inschrijven in het bevolkingsregister van de gemeente Sleen.      Geertje woonde hiervoor met haar man Gerrit Hilbrands en hun kinderen  in Dalerveen, waar zij vanaf 1868 een boerderij huurden. (Gerrit Hilbrands overlijdt op 17 juli 1880 in Dalerveen). Zoon Derk vervult dan nog zijn militaire dienstplicht. Het gezin moet de boerderij in Dalerveen verlaten en kan terecht op de boerderij in Sleen. Als Derk met groot verlof de militaire dienst verlaat is het gezin al naar Sleen verhuisd.

In een onderlinge acte van 24 maart 1899 wordt de verkoop van een inboedel, op stam staande gewassen, levende have, alsmede hooi en stro beschreven dat Geertien Beening gedaan heeft aan haar zoon Derk. Mogelijk is Derk toen met zijn vrouw en kinderen in een deel van de boerderij gaan wonen en zijn moeder met de nog thuis zijnde kinderen in het andere deel van de boerderij. Dit zou mogelijk zijn geworden doordat de medebewoners (Spaling) van de boerderij naar elders zijn vertrokken.

 
Beening, Geertje Klaasdr (I501248)
 
419

In de nasleep van de slag bij Bouvines werd het kasteel Valkenburg belegerd door troepen van de keizer, versterkt met het leger van de bisschop van Luik Hugo II van Pierrepont. Hoewel de omgeving flinke schade ondervond van het beleg, werd Valkenburg niet ingenomen. Op 8 september 1214 werd uiteindelijk een wapenstilstand getekend. Dirk nam op 28 juli 1227 deel aan de slag bij Ane aan de kant van Otto van Lippe (bisschop van Utrecht) en raakte daar gewond.Dirk is twee keer getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw was Isolda (Isalda), dochter van Hendrik III van Limburg, de hertog van Limburg. Isolda overleed in 1221. Binnen een jaar trouwde Dirk I met Beatrix van Kyrberg-Dhaun (ca. 1190 – 1236), weduwe van Filips van Bolanden.Uit het huwelijk met Isolda kwamen vier kinderen voort

 
van Valkenburg en Heinsberg, Dirk I (I1196)
 
420

inschrijving geboorteregister NHA Haarlem gezien 5.11.2014

inschrijving overlijdensregister NHA Haarlem gezien 18 juni 2014

 
Baas, Aafje (I3755)
 
421

Jacop van Scoer behoorde ca. 1460 tot de 'ghemeenen bueren' van Ridderkerk, die 1/3 deel van de kosten opbrachten voor de bouw van de kerk; in 1461 was Jacob van Scoer 'waarsman' of penningmr. van de polder Oud-Reijerwaard; in de polderrekeningen van Nieuw-Reijerwaard wordt Jacob van Schoer vermm. in de periode 1464-1479, waarvan slechts eenmaal met patroniem (in 1471); 1464/1465 verm. onder de uitgaven: "Ith. Jacop va(n) Scoer" (Rek. Nw-Reijerw., Hoogheemr. IJsselm., O/N-Reijerw. 38/21, fol. 2v.); 1471/1472: verm. onder de uitgaven: "Ith. Jacop Jansz. van Schoer va(n) Willaerts weteringhe te maken" (Rek. Nw-Reijerw.; Hoogheemr. IJsselm, O/N-Reijerw. 38/28, fol. 2v.); 1475/1476: verm. onder de uitgaven: "Ith. ghegeve(n) Jacop van Schoer van XIJ lib. roesels elc lib. een lelyplac daer men die koker vander moeien mede ghesmaert heeft" (Rek. Nw-Reijerw., Hoogheemr. IJsselm., O/N-Reijerw. 38/32, fol. 5v.); 1478/1479: verm. onder de uitgaven: "Ith. gegh(even) Jacop van Schoer van dat voirscr(even) riet an die molen te voeren' (Rek. Nw-Reijerw.; Hoogheemr. IJsselm. O/N-Reijerw. 38/35, fol. 6v.); 1479/1480: verm. onder de uitgaven: "Ith. ghegeve(n) Jacop van Schoer van Willaertsdiicgen dit jaer dicht te houwen dattet niet over en liep'; "Ith. ghegeve(n) Jacop van Schoer va(n) drie vijmen rijs te houwen anden Hordiick en(de) tot Bolnesse te voeren' (Rek. Nw-Reijerw., Hoogheemr. IJsselm., O/N-Reijerw. 38/36, fol. 2 en 9)

 
van Scoer, Jacop Jansz (I1310)
 
422

Jan I erfde de heerlijkheid van der Lede van zijn oudere broer Herbaren II van der Lede, toen deze de heerlijkheid Arkel verkoos als verblijfplaats. Jan komt in een oorkonde van 1247 voor als erfheer van Schoonhoven. Hij beleent zijn schoonzoon (Frederik), de heer van Zevender, met noordoostelijk gelegen landgoederen. Jan start met de bouw van een burcht bij Schoonhoven in dezelfde periode en sluit een lening met de stad Dordrecht. Jan huwde met een nog onbekende vrouw, met wie hij een dochter genaamd Jutta van der Lede kreeg. Zij huwde met Otto II van Bentheim, graaf van Tecklenburg en was mogelijk verloofd geweest met de heer van Zevender.

 
van der Lede, heer van der Lede en Schoonhoven Jan I (I1759)
 
423

Jan was een lid van de familie Six. Hij was de zoon van Jean Six en Anna Wijmer en werd in de Waalse kerk gedoopt met de naam Jehan. Zijn vader overleed twee maanden voor de geboorte van Jan; hij had fortuin gemaakt in de zijde- en lakenindustrie. In juli 1655 huwde Jan Six Margaretha Tulp, de dochter van de burgemeester-hoogleraar Nicolaas Tulp.

Jan Six begon zijn studies in de vrije kunsten en rechtsgeleerdheid te Leiden op 4 maart 1634. Hij bleef tot na de dood van zijn moeder op 21 juni 1654 op de Kloveniersburgwal 101 wonen. De architect Adriaan Dortsman bouwde een huis voor hem op Herengracht 619.

In 1657 kreeg hij een stedelijk ambt. Pas in 1679 kreeg hij een zetel in de vroedschap. Hij werd slechts eenmaal burgemeester, in 1691.

Six was vriend en beschermer van zijn grote stadgenoten Vondel en Rembrandt. De eerste heeft zijn nagedachtenis bewaard in de Nederlandse letteren; de laatste vereeuwigde hem in een beroemd portret (1654), dat in het najaar van 2010 in het Rijksmuseum tentoongesteld werd.
Rembrandt schilderde Anna Wijmer, Six' moeder, reeds in 1641. In 1645 schetste Rembrandt het bruggetje van Six, een bruggetje over een zijkanaal van de Amstel. De Nederlandse vertaling van Il libro del Cortegiano - De volmaeckte Hovelinck - van Baldassare Castiglione werd in 1662 door de vertaler Lambertus van den Bos aan Jan Six opgedragen.

Six' verzameling schilderijen, tekeningen en etsen genoot grote bekendheid en heeft de basis gelegd voor de Collectie Six.

Zijn toneelwerken, zonder zijn naam uitgegeven, zijn:

·         Medea (Amst. 1648, uitgave in folio; 2e druk in 4o. met een ets van Rembrandt uit 1647, ald. 1679; 3e dr. ald. 1680, waarachter het gedicht Muiderberg). Het stuk werd in de Amsterdamse schouwburg door Jan Vos voor lege zalen opgevoerd.

·         Onschult (blijspel, ald. 1662).

 

 
Six, Jan (I503839)
 
424

Jan werd vernoemd naar grootvader Oostwoud, maar heeft deze nooit gekend, want burgemeester Oostwoud was reeds in 1782 overleden.
Vermoedelijk werd Jan reeds in de omgang genoemd Jan Oostwoud Wijdenes. Deze naam werd officieel vastgesteld toen op zijn request bij Koninklijk Besluit van Willem III op 13 dec. 1865 nr. 54 aan de landeigenaar Jan Oostwoud Wijdenes te Hoorn vergunning werd gegeven de doopnaam Oostwoud tot geslachtsnaam Oostwoud-Wijdenes te veranderen.

 
Oostwoud-Wijdenes, Jan (I6014)
 
425

Jantien en Geert wonen de eerste jaren na hun huwelijk aan De Koepen 13 bij Arend Kamps en Aaltje, een ongetrouwde broer en zus. Hier wordt hun dochter Jantien op 22 juni 1923 geboren. In 1925 gaan zij in het aangebouwde deel van de boerderij van de ouders van Jantien wonen, waar hiervoor haar broer Gerrit met zijn gezin woonde. Hun dochter Jantina wordt hier wordt op 16 maart 1927 geboren. In 1932 bouwen zij een huis aan de  Heirweg 4 in Sleen, waar Geert een klompenmakerij begint. In 1984 wordt deze woning verkocht.

 
Hilbrands, Jantien (I6062)
 
426

kan ook 1545-1606

 
Vermunt (Vermunten), Cornelis Antonii (I2983)
 
427

Kreeg van Tieleman, landvoogd van Oost-Friesland onder keizer Otto I De Grote, het bestuur over Neder-Friesland, het huidige Friesland. Hij werd hofmeester onder Graaf Dirk II Van Holland en werd door de graven van Holland en Teisterbant beleend met enige landen aan de Linge, later verenigd onder de naam “het Land van Arkel”. Het dorp Arkel (Arclo) wordt al vroeg vermeld, in 641 werd er een kerk gesticht. Heijman zou zich hier gevestigd hebben

 
van Arkel, Heijman (I1147)
 
428

Lakenkoper, Schepen 1657,  Comm.Kl.Zaken 1655, Bez.Ambacht 1656, Diaken 1650-51, 54, woonde Oude Westerstr

 
Druijf, Jan Olfertsz (I705)
 
429

Lamina is een dochter van Hendrik Kamps en Lammechien Arends. De familie Arends was jarenlang de molenaar op de molen op de Belt in ‘t Zand in Sleen. Harmannus is eerst onderwijzer in Erm en later in Sleen. Zij erven de boerderij aande Brink 2 in Sleen, waar de ouders van Lamina hebben gewoond. Hun zoon Henderikus heeft hier jarenlang gewoond. Hij was ongehuwd. Later wordt de boerderij bewoond door Derk Eising, zoon van Dina Hilbrands en Henderikus Eising. Harmannus Hilbrands overlijdt op 1 december 1850 in Erm.

 
Kamps, Lamina (I501213)
 
430

lid ridderschap (Member of the Dutch Nobles), Lord Mayor -Burgemeester- of Utrecht, He maried first with Occa van den Clooster (1580-1620), and their daughter Catharina Maria de Wael, Vrouwe van Moersbergen, inherited the Noble Title -Heer van Moersbergen.

He was accused in the conspiracy of Oldenbarnevelt against the Dutch "Stadhouder" Prince Maurits of Nassau Dillingen, and was condemned to leave Holland in 1619 to The Castle of his Mother in Germany, Schloss Merveld near the City of Dülmen (Coesfeld, Nord Westfalen, Münsterland, Germany). Afterwards He stayed 6 years in Holstein and maried the daughter of the Baron von Wylich zu Pröbsting in 1625, Barones Maria von Wylich zu Pröbsting and had one daughter Anna de Wael.  

Kasteel Moersbergen in the Dutch City of Doorn (The Family Castle) was inherited by his first daughter Catharina Maria de Wael

 
de Wael, Aldolphus (I6616)
 
431

lijn van brederode uit gestorven, bleef ongehuwd

 
van Brederode, Wolfert (I501513)
 
432

Lodewijk de Vrome (Chasseneuil bij Poitiers, 11 april 778Ingelheim am Rhein, 20 juni 840), ook wel de Eerlijke en de Joviale, was de koning van Aquitanië vanaf 781. Hij was ook koning der Franken en medekeizer (als Lodewijk I) met zijn vader, Karel de Grote, vanaf 813. Als de enige overlevende volwassen zoon van Karel de Grote en Hildegard, werd hij de enige heerser der Franken na het overlijden van zijn vader in 814, een positie die hij bekleedde tot zijn overlijden, met uitzondering van de periode 833-834, waarin hij was afgezet.

 
van Frankrijk, Lodewijk I (I398)
 
433

Magnentius werd geboren in Samarobriva (Amiens), Gallië, de commandant van de Herculians en Jovians, de Keizerlijke Garde eenheden. [1] wanneer het leger ontevreden met het gedrag van Keizer Constans groeide, het verheven Magnentius in Autun op 18 januari 350. Constans werd verlaten door alle behalve een handvol vazallen, en hij werd gedood kort daarna door een troep van lichte cavalerie in de buurt van de Pyreneeën.

 
Magnentius (I4056)
 
434

markgraaf van Meißen nadat de keizer deze functie van haar broer Egbert had afgenomen. Hendrik en Gertrudis hadden geen kinderen

 
van Eilenburg, markgraaf van Meißen Hendrik I (I2578)
 
435

Na de dood van zijn vader in 561 legt Chilperik de hand op de koninklijke schat en eist in Parijs het gehele koninkrijk op. Zijn oudere halfbroers dwingen echter een deling af. Chilperik wordt koning van het (kleine) deelkoninkrijk van Soissons. In 562 valt hij Austrasië aan als Sigebert I aan zijn oostgrens de Avaren bevecht, en verovert Reims. Hij moet daarna vluchten als Sigebert in de tegenaanval gaat en Soissons verovert. Uiteindelijk wordt vrede gesloten en belooft hij Sigebert niet meer aan te vallen.

Chilperik was in conflict met de kerk door de confiscatie van kerkelijke goederen en de benoeming van hovelingen tot bisschop. Hij zou ook bisschopsambten aan de hoogste bieder hebben verkocht en nalatenschappen ten gunste van de kerk ongeldig hebben verklaard. Chilperik hief hoge belastingen maar verbrandde de belastingregisters als boetedoening nadat twee van zijn zoons bij Fredegonde aan dysenterie waren overleden. Hij had uitgesproken theologische opvattingen over de Drie-eenheid die neigden naar ketterij. Ook probeerde Chilperik het alfabet te hervormen door letters toe te voegen die pasten bij de Frankische taal. Hij introduceerde het uitsteken van de ogen als straf (naar Byzantijns voorbeeld, als beschaafd alternatief voor de doodstraf). Hij had ook enig talent als musicus en dichter en liet de amfitheaters van Soissons en Parijs herstellen.

 
Der Franken, Chilperich I (I501587)
 
436

nicht van Wouter Pruissen haar echtgenoot

 
Pruissen, Ariana Juditha (I1948)
 
437

Olympische spelen Rome 1960: boksen
Olympische spelen Tokio 1964: boksen

 
de Rooij, Johannes (I1864)
 
438

Onwettig kind. Getuigen: Joannes van Dongen en Anna Boot

 
de Rooij, Johannes (I2306)
 
439

ook wel Walram van Laurenburg
Walram was (mogelijk) een zoon van Rupert I van Laurenburg en een onbekend gebleven vrouw (mogelijk Beatrix van Limburg, een dochter van graaf Walram II van Limburg). Walram wordt van 11761191 vermeld als graaf van Laurenburg en daarna, vanaf 1193, als graaf van Nassau. Van 1189 tot 1192 nam hij deel aan de Derde Kruistocht onder keizer Frederik I "Barbarossa".

Stamvader van het Huis Nassau, graaf van Laurenburg

 
van Nassau, Walram I (I947)
 
440

ook wel bekend als Bertha met de Grote Voet (mei 72012 juli 783) was een Frankische koningin. Ze kreeg haar bijnaam omdat ze een klompvoet had.

 
van Laon, Bertrada (I501591)
 
441

Ouders: Jan Sijmonsz Koomen en Aafje Alberts Wit

 
Koomen, Albert (I502200)
 
442

Overleden in huis 783 staande op de Donk onder Etten. Overleden als weduwe van Frans Rijnsterling

 
van Peer, Adriana Jacobs (I5400)
 
443

overleden op de terugweg uit Palestina. Hij ligt begraven in de Dominicanenkerk te Reims. Bijgenaamd De Goede, heer van Brederode (1285), baljuw van Kennemerland (1288), ridder (1290). Hij was een zoon van Willem I van Brederode en Hildegonde van Voorne.
Dirk wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde als 'ridder Dirk' in oktober 1268, hij is getuige en mede-zegelaar van Floris V van Holland in Brugge. Hij neemt in 1272 deel aan zijn eerste veldtocht tegen de West-Friezen. Deze tocht verloopt slecht en wordt beëindigd met een veldslag bij Heilo op 20 augustus 1272. In 1282 volgde de tweede Friese veldtocht van Dirk II. Hierbij werd het stoffelijk overschot van Willem II van Holland, de vader van Floris V, teruggevonden in Hoogwoud, waarna deze veldtocht succesvol werd afgesloten.
Hij nam weer deel aan zijn derde veroveringstocht van West-Friesland in 1287 onder leiding van Floris V van Holland door middel van een vloot invasieschepen. Hierbij speelt hij een grotere rol en draagt hij de titel 'Admiraal van Holland'. Door een hevige storm, gevolgd door een vloed in december 1287, werden grote delen van West-Friesland overstroomd. Mede door een list wist Dirk en zijn mannen met hun schepen de opstandige Friezen te onderwerpen. In hetzelfde jaar trok hij voor Floris V met een leger naar Utrecht om de heren van Amstel en van Woerden gevangen te nemen.
In april 1304 maakte Dirk II deel uit van de edelen die zich succesvol tegen de indringende Vlamingen verzetten. In augustus 1315 maakte hij deel uit van een veldtocht in Vlaanderen. Na een bedevaart werd Dirk II door een ziekte getroffen en hij stierf op de terugweg naar huis in Reims op 16 december 1318.

 
van Brederode, heer van brederode Dirk (de Goede) II (I658)
 
444

Petronella en Clasina zijn niet gehuwd geweest en hebben altijd bij hun vader en Antje de Boer en hun kinderen in huis gewoond. Zij hebben later de zaak van hun vader, een aardappelen- en groente - handel, voortgezet, samen met Geertruida Lange reis, een van de dochters van Pieter Langereis en Antje de Boer.

 
Langereis, Petronella (I5920)
 
445

Petronella en Clasina zijn niet gehuwd geweest en hebben altijd bij hun vader en Antje de Boer en hun kinderen in huis gewoond. Zij hebben later de zaak van hun vader, een aardappelen- en groente - handel, voortgezet, samen met Geertruida Lange reis, een van de dochters van Pieter Langereis en Antje de Boer.

 
Langereis, Clasina (I5921)
 
446

protocollen Alphen 1671-1679
inventarisnummer 22, bladzijde 321, datum 11-05-1679
inhoud :
Evert Jansz van Leeuwen, wonend te Alphen, verkoopt aan Gijsbert Claesz Turckenburgh, wonend in de Steekt, 1 morgen land in de polder van Zanen,belend ten oosten Adriaen van Assendelft, ten zuiden Cornelis Pietersz van Swieten met Mees Cornelisz Verhoeff, ten westen Cornelis Wilckens, ten noorden Pieter Gijsen van Hoorn, belast met een schuldbrief aan Jacob Cornelisz van Diemen, groot 200 gulden, ten laste van de koper. (akte d.d. 15-10-1626) koopsom 150 gulden.

 
Turkenburg, Gijsbertus Claesz (I2165)
 
447

Prussian Prince

 
von Preußen (Hohenzollern), August (I501545)
 
448

Raad 1764-90, Schepen 1754, 7x Burgmr 1769-84, Bewindhebber OIC 1768,  Voogd OAWeeshuis 1786-90, Comm-generaal Ver.Ned. 1753-68, Gecomm-raad  ter Admiraliteit in Westfriesland en N-K, woonde Kabbeljauwstr

 
de Jongh van Persijn, Anthony Jacob (I2522)
 
449

raad vd Hertog v Mecklenburg, advLand-en Hofgericht te Sleeswijk, Syndicus vh Landschap Eiderstedt

 
Meijer, Hermannus (I2258)
 
450

Raad 1577-99, Schepen 1573, 5x Burgmr 1575-86, Voogd Provenhuis 1582, 84-85, 5x Kerkmr 1587-90, Ouderling 1581, Kapitein Schutterij D 1584, woonde Torenstr zuidzijde

 
Brouwer, Albert Lucasz (I2516)
 

      «Prev «1 ... 5 6 7 8 9 10 11 12 13 ... 22» Next»