Notes


Matches 201 to 250 of 969

      «Prev 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ... 20» Next»

 #   Notes   Linked to 
201

Ze is de dochter van graaf Willem VI en Margaretha van Bourgondië. In 1406 werd zij op 5-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan de Franse prins Jan van Touraine. In 1415, toen zij 14 was, werd dat huwelijk voltrokken in Den Haag. Kort daarop overleed Jans oudere broer Lodewijk van Guyenne, waarna Jan de Dauphin van Frankrijk werd, en Jacoba dus Dauphine, oftewel: kroonprinses. In 1417 overleed echter ook Jan van Touraine en werd Jacoba weduwe. Enkele maanden later overleed ook haar vader graaf Willem VI van Holland.

Jacoba volgde haar vader op zestienjarige leeftijd op, maar haar oom, de Luikse bisschop Jan VI van Beieren, had ook zijn oog laten vallen op de erfenis van graaf Willem VI. Hij werd hierin gesteund door de Duitse keizer Sigismund, die verdere invloed van de Bourgondische hertogen in zijn gebieden wilde voorkomen. Jacoba, gesteund door haar moeder Margaretha van Bourgondië zocht haar steun bij Jan zonder Vrees, de hertog van Bourgondië en broer van Margaretha. De strijd tussen Jacoba en Jan betekende tevens een oplaaiing van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Onder Jacoba's leiding behielden de edellieden die onder Willem VI gediend hadden hun positie, zij behoorden tot het Hoekse kamp. Daarentegen werd Jan VI van Beieren door de

Om haar machtspositie te versterken trouwde Jacoba in 1418 met haar neef in de vierde graad Jan IV van Brabant. Ze kreeg hiervoor toestemming van paus Martinus V. Jan VI van Beieren en zijn partijgenoten protesteerden tegen dit huwelijk. Onder druk van keizer Sigismund werd de pauselijke toestemming later ingetrokken. Na het Beleg van Dordrecht en omdat hij zijn financiële verplichtingen niet kon nakomen, verpandde Jan van Brabant het grondgebied van Jacoba voor 12 jaar aan haar vijand Jan van Beieren. De Zoen van Woudrichem, een vredesverdrag tussen Jacoba van Beieren en Jan VI van Beieren, werd ondertekend op 13 februari, 1419. Jacoba liet hierop het huwelijk ongeldig verklaren en vertrok in 1421 naar Engeland, waar zij in 1423 in het huwelijk trad met Humphrey van Gloucester, zoon van koning Hendrik IV van Engeland.

Samen met Humphrey ging zij met een leger in 1424 terug naar Henegouwen om de strijd op te nemen tegen haar ex-echtgenoot Jan van Brabant, die gesteund werd door Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Het escaleerde in een persoonlijke ruzie tussen Filips de Goede die een duel wilde uitvechten met Humphrey. De koningen van Engeland en Frankrijk vonden dat beide royals zich niet tot z'n duel moesten begeven, Filips bleef echter strijdvaardig, maar Gloucester besloot eind april er toch vanaf te zien. Jacoba bleef achter in Henegouwen. Vervolgens begon de Inname van Henegouwen (1424-25) en moest zij zich overgeven en werd in Gent gevangen gezet. Gloucester steunde zijn vrouw nog wel met Engelse troepen in de Slag bij Brouwershaven in 1426, maar het huwelijk werd al snel daarna ontbonden. 

 
van Beieren, Jacoba (I485)
 
202

Ze staat bekend als de opdrachtgeefster van de graftombe van de heren van IJsselstein, het grafmonument voor haar ouders en grootouders in de Sint-Nicolaaskerk in IJsselstein

Guyote van IJsselstein werd geboren als oudste dochter van Arnold van IJsselstein en Maria van Avesnes. Uit dit huwelijk werden nog twee jongere zussen geboren, Catharina en Bertha. Omdat uit het huwelijk geen zoons werden geboren, erfde Guyote in 1364 de grafelijke lenen van haar vader, waaronder het slot IJsselstein.

Guyote trouwde op 20 mei 1330 met Jan I van Egmond. Ze kregen samen naar verluidt tien kinderen, vijf dochters en vijf zonen. Hun dochter Maria van Egmond trouwde met Philips IV van Wassenaer. Na haar overlijden erfde zoon Arend van Egmond het slot en bijbehorende rechten van zijn moeder in 1374.

 
van IJsselstein (van Amstel), Guyote (jutta) (I1344)
 
203

Zij werd na Willems overlijden non te Ottenbach en is daar overleden op 87-jarige leeftijd. Uit zijn huwelijk zijn geen kinderen bekend

 
van Oppikon, Regula (I6803)
 
204

Zij werd vernoemd in 1300 en 1305 in testament van haar zuster Alverade en op 25-7-1333 vermeld in het necrologium van Egmond als Alijdis Domona de Wijck, haar neef Hendrick van Brederode was haar erfgenaam echter hij verkocht zijn rechten aan Jan van Polanen zo werd vermeld in 1297. als weduwe ontving zij van Gerrit Wouters een Jaarsom van de Graaf in 1330 Ned.Leeuw van 1926 blz.239

 
van Brederode, Aleit Uter Wike (I6833)
 
205

Nickname: alias "de Wael".

He maried Anna de Wael, daughter of a dutch noble family, and took her last name "de Wael" to his last name. Owned large properties in Monnickendam and Waterland. Was in his time influencial and wealthy landowner.

 
Buijes, Klaas Pieterz. (I6614)
 
206

Anna de Wael was named after her Grandmother barones Anna Wylich zu Pröbsting. She inherited large landplots in Waterland. Her father maried Maria van Wylich when he was 50 years old and her Mother, Maria was 25. Aldolph died when Anna de Wael was 14 years old.

Staatsarchiv Münster, Gesammtarchiv von Landberg-Velen, Bestand Haus Pröbsting.

 
de Wael, Anna (I6615)
 
207

Achter hen de boerderij waar zij woonden. Links met de grotere ramen het gedeelte dat werd bewoond door hun kinderen en later werd verhuurd. Het tussenstuk met de kleinere ramen werd bewoond door Derk en zijn vrouw.

 
Hilbrands, Derk (I895)
 
208

 4x Schepen 1728-51, Comm.Kl.Zaken 1725, Voogd Ziekenhuis 1732-72, Ouderling 1731, 1739 Luitenant Schutterij I 1732, Kapitein 1754, woonde Nieuwe Haven

 
Druijff, Fredrik Jansz (I1278)
 
209

 

Volgens John Ooms

Herman huwde met Irmgard van Namen (Zie Stamreeks Karel de Grote nr. 10), dochter van Albert II van Namen (Zie Graven van Namen nr. 4) en Regelindis van Lotharingen. Zij kregen de volgende kinderen:

– Hendrik I van Cuijk (overleden voor 9 augustus 1108). (Volgt 2)

– Andries van Cuijk (overleden 1139), bisschop van Utrecht.

– Godfried van Cuijk (overleden voor 1138).

 

Volgens wikipedia en raymond de waal website. Zij kregen de volgende kinderen:

Herman huwde met Ida, dochter van Eustaas II van Boulogne.[1]

Hendrik I van Cuijk (+ voor 9 augustus 1108)

Andries van Cuijk (+ 1139), bisschop van Utrecht.

Godfried van Cuijk (+ voor 1138)

 

Het bestaan van deze dochter werd door historici lang betwist, maar Coldeweij bewees het tegendeel in zijn studie over de heren van Cuijk. Het is zeker dat Godfried van Bouillon een zuster had die ca. 1080 getrouwd was met Cono van Montaigu (†1106). Voor de graaf van Montaigu was het zijn tweede huwelijk, want hij was voordien gehuwd geweest met Ida, dochter van de heer van Voeren. Volgens Coldeweij was deze Ida ca. 1070 al getrouwd geweest met Herman van Malsen, graaf in Teisterbant en stamvader van de familie van Cuyck.

 
de Boulogne, Ida (I6636)
 
210

 Rooms-keizer van 817 tot 855. Tot 840 regeerde hij samen met zijn vader. Hij was koning van Italië van 818 tot 855 en koning van Midden-Francië van 840 tot 855. Hij probeerde om als keizer het oppergezag over het gehele Frankische Rijk te behouden maar moest na de dood van zijn vader uiteindelijk instemmen in een deling met zijn broers. De regio Lotharingen is naar hem genoemd.

 
van Frankrijk, Lotharius (I1271)
 
211

 Anna was de dochter van hertog (vanaf 1547: keurvorst) Maurits van Saksen en zijn vrouw Agnes van Hessen. Omdat haar jongere broer Albrecht (1545 - 1546) al jong stierf, groeide zij op als enig kind. Anna had een handicap aan haar schouder.
Toen haar vader in 1553 overleed en haar moeder twee jaar later hertrouwde, woonde Anna bij twee zusters van haar moeder in Weimar. In 1555 overleed ook haar moeder en Anna ging wonen aan het hof van haar oom August in Dresden.
Aangezien zij de enige erfgename was van haar vader, gold zij in die tijd als een rijke vrouw die in de belangstelling stond van de internationale vorstenhuizen. Zo dong in 1556 Erik, zoon van de Zweedse koning Gustaaf Wasa, al naar haar hand en twee jaar later Willem van Oranje. Laatstgenoemde was vooral geïnteresseerd in de rijkdommen en de steun die hij zou verwerven van Saksen, Hessen-Kassel en de Palts.
Toch bestond er binnen Anna’s familie weerstand tegen het aanzoek van Willem van Oranje. Op de eerste plaats meende men dat er sprake was van standsverschil – Anna zou betere partijen kunnen krijgen – en op de tweede plaats was het ontbreken van financiële middelen bij Oranje zorgwekkend, vooral in het geval de prins onverhoopt zou komen te overlijden, waardoor Anna opgezadeld zou blijven met de schulden. Uiteindelijk zou Willems betrokkenheid bij de strijd van de protestanten de doorslag geven en de weg openen voor zijn tweede huwelijk.
Na de bepaling van de bruidsschat op 100.000 daalders werd op 24 augustus 1561 in Leipzig het huwelijk gesloten en een week later vertrok het paar naar de Nederlanden.
Het huwelijk tussen Anna van Saksen en Willem van Oranje was slecht en op 14 december 1571 werd Anna gedwongen in te stemmen met een scheiding. Anna werd vervolgens krankzinnig verklaard. Haar kinderen werden haar afgenomen en de resterende tijd van haar leven bracht ze door in een dichtgemetselde kamer in het paleis van de Saksische keurvorst in Dresden. Ze stierf daar aan uitputting. Ze ligt in Meißen begraven.

 
van Saksen, Anna (I447)
 
212

 heer van Arkel uit de eerste generatie van het huis van Arkel. Hij was een zoon van Jan III van Arkel en Adelheid van Heusden. Er is maar weinig bekend over Jan IV’s regeerperiode. Hij neemt mogelijk deel aan de diverse acties tegen de Friezen in 1132 en 1133. Hij huwde met (Aleidis) van der Aare

 
van Arkel, Jan IV (I3197)
 
213

 Hij komt in 1176 voor in een geschrift van Boudewijn, de proost van het kapittel van Sint-Marie te Utrecht. Het zou hier kunnen gaan om een schuld die zijn vader nog had uitstaan. In 1178 komt hij nog voor in een getuigenis van bisschop Godfried van Rhenen. In 1188 komt hij het laatst voor en wordt hij in een oorkonde van de Utrechtse bisschop Boudewijn II van Holland onder de getuigen vermeld, onmiddellijk na graaf Floris III van Holland

 
van Amstel, Gijsbrecht I (I1741)
 
214

 Hij trouwde op 7 november 1597 met Emilia van Nassau (Keulen, 10 april 1569 - Genève, 16 maart 1629). Zij was een dochter van Willem van Oranje en Anna van Saksen.
Het huwelijk was felomstreden. Emanuel was rooms-katholiek, terwijl Emilia afkomstig was uit een calvinistische familie, die niets zag in een gemengd huwelijk. Hierop besloten de verloofden zich in het geheim te laten trouwen door een rooms-katholieke priester. Toen Emilia’s familie daar lucht van kreeg (waarbij vooral haar broer Maurits zich hevig tegen het huwelijk had verzet) werd zij onder huisarrest geplaatst, waarna Emanuel besloot naar Wesel te vluchten. In december 1597 lukte het Emilia zich te verenigen met haar echtgenoot.

 
van Portugal, Emanuel (I501400)
 
215

 klooster Schwarzach am Main), voor 814 abdis van Argenteuil

 
Karolingen, Theodrada (I792)
 
216

 kwam met schip Kasteel van Medemblik terug uit Batavia onder begeleiding van chirurgijn Claes        Schouten in dec 1671, Notaris, Comm.Echt.St 1693, 1719, Comm.Echt.St 1694- 1719, woonde Breedstr

 
Druijff, Jan Cornelisz (I1274)
 
217

 Lakenkoopman, Comm.  Echt.St 1622-65, Diaken 1624, 12x Ouderling 1627-61, Luitenant Schutterij H 1619, Kapitein 1635, woonde Westerstr, gehuwd op 17-6-1612 met Sijtje Albertsdr Brouwer, *28-9-1586En, +15-11-1638 En Zz-253, woonde Venedie, dochter van Albert Lucasz Brouwer en Neel Jacobs

 
Druijf, Olfert Frederiksz (I696)
 
218

 Raad 1611-40, 5x Schepen          1604-17, 14x Burgmr 1619-40, 9x Voogd Ziekenhuis 1601-14, Weesmr 1620, Kapitein          Schutterij D 1613, woonde Nieuwedijk

 
Brouwer, Lucas Albertsz (I2519)
 
219

 stamvader van de "Ottoonse linie" van het Huis Nassau

 
van Nassau, Otto I (I427)
 
220

 werd in 908 vermeld als graaf van de Lommegouw, dat nadien Namen zou worden genoemd. Zijn ouders zijn onbekend maar hij was een verwant van Berengarius I van Friuli, wiens vader uit Cysoing afkomstig was. Hij was gehuwd met Symphoria van Henegouwen, een dochter van de Henegouwse graaf Reinier I van Henegouwen. Hij steunde zijn zwager Reinier II van Henegouwen tegen diens broer Giselbert II van Maasgouw, die dus ook zwager van Berengarius was

 
de Namur, Berengarius (I1263)
 
221

 woonde in huis ’t Harten Hooft op Breedstr

 
Hartshooft, Jan (I2514)
 
222

 woonde Leliegracht A’dam

 
Rietveld, Johanna (I1279)
 
223

1.10.1351: Jan, bisschop van Utrecht, beleent Mechteld, vrouwe van Beverweerd, met een viertel land bij Eiteren over de IJssel met een daaraan grenzende kil, na opdracht door haar echtgenoot heer Otte van IJsselstein, ridder.
Mechteld van Zuilen, weduwe van Otto van IJsselstein, tr. voor 7.8.1354 Zweder van Vianen, overleden voor 1403 . 1.10.1351: Jan, bisschop van Utrecht, beleent Mechteld, vrouwe van Beverweerd, met een viertel land bij Eiteren over de IJssel met een daaraan gernzende kil, na opdracht door haar echtgenoot, heer Otto van IJsselstein, ridder . 27.2.1356: Everard van den Rijn, knaap, verklaart dat Zweder van Vianen en zijn vrouw Mechteld van Beverweerd het erf te Jutphaes, waarmee Mechteld Everards vrouw Agnes heeft beleend, afgelost hebben, en belooft hun de leenweer van het goed kwijt te schelden, wanneer zij dat wensen .

 
van Zuijlen, Mechteld (I6391)
 
224

15e-eeuwse Hollands edelman uit het geslacht Wassenaer, die in de Hoekse en Kabeljauwse twisten aan de zijde der Hoeken stond.

Hij was in 1420 burggraaf van Leiden, toen die stad op 24 juni van dat jaar belegerd werd door troepen van Jan van Beieren. Op 17 augustus 1420, na een belegering van twee maanden, gaf de stad zich over aan Jan van Beieren. Burggraaf Philips van Wassenaer werd van al zijn ambten en rechten ontheven en sleet zijn laatste jaren in gevangenschap. Philips IV was een zoon van Dirk III van Wassenaer en Machteld Oem. Hij was gehuwd met Maria van Egmond - een dochter van Jan I van Egmont - met wie hij drie zonen had

 
van Wassenaer, Philips IV (I6229)
 
225

1st owner of the land of Arkel

 
van Arkel, Ridder, Service of Dagobert, King of France Jan (I1725)
 
226

proost van de Sint-Lambertuskathedraal in Luik en bisschop van Utrecht

Andries stamde uit het bekende Stichtse adellijke geslacht Van Cuijk. Hij was de tweede zoon van Herman van Malsen en Ida, de dochter van Ida van Lotharingen. Als jongere zoon koos hij voor een geestelijke loopbaan.

Hij wordt van 1096 tot 1118 vermeld als aartsdiaken van Kempenland. Hij was in die periode tevens proost van het Sint-Pieterskapittel te Luik (vanaf 1112)[bron?] en proost in Emmerik. Vanaf 1119 was hij proost van het Sint-Lambertuskapittel. Van 1121 tot 1123 was hij waarnemend bisschop van Luik.

In 1128, waarschijnlijk in mei of juni, werd hij bisschop van Utrecht. Hij was de eerste bisschop van Utrecht sinds het Concordaat van Worms in (1122), waarmee de investituurstrijd tussen de keizer en de paus over de bisschopsbenoemingen werd beslecht in het voordeel van de paus. De nieuwe bisschop steunde de Gregoriaanse ideeën en begunstigde het kloosterleven.

De familie van Andries raakte betrokken bij de moord op Floris de Zwarte, de broer van graaf Dirk VI van Holland (1133) en ondanks het feit dat de Utrechtse ministerialen zich in hetzelfde jaar tegen hem keerden, bleef hij bisschop tot aan zijn dood.

 
van Cuijk van Malsen, Andries (I6633)
 
227

Nederlands acteur, decorontwerper, toneeldirecteur en -regisseur. Zijn kenmerken als regisseur waren een primair literaire belangstelling, constructivistische decors, accentuering van het ritme, fysieke prestaties van de spelers en autonomie van de regisseur. Hij was een der belangrijkste Nederlandse toneelleiders tussen 1920 en 1970.

De Meester begon zijn loopbaan in 1918 als toneelspeler, was als speler en regisseur van 1924 tot 1929 werkzaam bij het Vlaamsche Volkstooneel te Brussel en vervolgens in deze en andere functies bij het Residentie Tooneel in Den Haag en de Nederlandse Comedie in Amsterdam. Ook was hij actief als televisieregisseur in Nederland en België en zette hij zich jarenlang in voor het studententoneel. Hij beëindigde zijn actieve loopbaan in het begin van de jaren zestig, maar bleef nog jarenlang incidenteel spelen en regisseren.

 
de Meester, Johan (I2593)
 
228


RA Schepenen Klundert op 30-10-1624 laten zij een testament opmaken.
In het boek" "Zij die naar Zevenbergen kwamen" van A. Hartmans is vermeld.
Michiel Andries Michiels van der Donck een lackenkoper tot Breda,. d.d.16-7-1624.
Bron: Weeskamerarchief Inv. nr. 520.
Christiaen Michiels Verdonck, ook voor de weeskinderen van zijn broer
Claes Michiels Verdonck. Ze zijn genoemd in samenhang met de namen Claes Cornelis van Putten wonende op de Henberck alias Haansberg inder Etten en
Meeus Cornelis een schipper te Zevenbergen. Drie woningen zijn in het geding. Deze behoorden vroeger aan Abthonis een timmerman wonende aan de noordzijde van de Havenkant en verkocht voor Fl.550,--
Bron Oud Rechterlijk archief Zevenbergen Invnr. 180 d.d.1622
 
Michiel is vermeld onder kwartierstaatnr. 1236 in de kwartierstaat van Frijters, gepubliceerd in Het genealogisch Tijdschrijft voor Midden- Westbrabant en Bommerwaard nr. 1 in 2004.

Is op 21-12-1573 vermeld als onbejaard.

 
Verdonck, Michiel Adriaensen (I5799)
 
229

Vermeld als gezworenen van Gherijt Henricxsoens Ambacht (5 Mrt 1482). Hij zegelt met drie ketelhaken, wordt 16 maart 1487 beleend met het recht van visserij en vogelarij in het land van Lodewijck van Ghiessen in het ambacht van Oost-Barendrecht.
Hij was gehuwd met Soetke Willemsdr Wijt

 
van Ghiessen, Lodewijck Aertsz (I1241)
 
230

Vonck wordt ook wel Funk genoemd. Hij kwam uit Konnepart, een wijk in een stad in Polen (vroeger was dat Pruisen in Duitsland). Daar wonen nu nog mensen die Funk heten. Oorspronkelijk waren het vluchtelingen die uit Kroatië kwamen. Daarvoor uit Zwitserland.

 
Vonk, Adams Jans (I5537)
 
231

Comp. Jan Woutersz als man en voogd van Marichjen Petersdr sijne hvr., Jacob Petersz Vuijren, Adriaen Willemsz als man en voogd van Cornelia Petersdr, Bernet Jan Bernetsz als oom ende voogd van Marrichgen Peters noch onmondich alle kinderen en erfgen. van salgr. Peter Jan Bernetsz, transport aan Kuentgen Joosten hare stiefmoeder 2 hont lant gelegen op Langesteijn in een weer van 6 mrg sijnde het leste weer palende aan de lantscheiding met Langerak mitsgaders haer comp. gerechtigheyd in 4 hont lant t´andere tyden gecocht van de pastorye van Thienhoven gelegen in weer mede aldaar en bovendien haer gerechtigheyd in de erfenisse van Willemcke Barthen des voors Kuentgens moeder. coop voorwaerden van dd 19-5-1609 Kuentgen Joosten wed. van Peter Jan Berents, Jacob Bastiaens haer jegenw. man bekent f 30-8-4 schuld als reste van de cooppen. van ca 2 hont lants etc. aen Marrichgen Peters het nagelaten weeskind van Peter Jan Berents met consent van Barent Jan Berents als oom ende bloetvoogt.
 
De erfgen. van Adriaen Willemsz ende Neeltje Pieters, volgens hun testament voor notaris Willem van Galen t´Utrecht op 17-7-1641 met namen; Cornelis Jacobsz Vuijren, Adriaen en Pieter Jans Noomen, Reijer, Adriaen en Cornelis Ghilisz en Aelbert Ghijsbertsz. Moeten f 1550,- uitreiken aan de kinderen van Willem Thonisz Boon won. Willige Langerak
In de marge; bekennen deze kinderen te weten Thonis, Peeter, Dirck, Jan en Swaentge Willems Boon. 21-7-1656 Ontvangen uijthanden van Cornelis Jacobs Vuuren, Adriaen, Peter Jans Noomen, Reijer Adriaens, Cornelis Ghillis, Aelbert Ghijsberts, haer stellende als erfgenamen

 
Berntz, Pieter Jan (I3243)
 
232

Kuentken Joostensdr, weduwe van Peter Jan Bernetsz., geass. door haar stiefvader Bruyn Jansz, is schuldig 106 car. g. aan Marichgen Hermans, weeskind van Herman Lenaertsz., gepr. bij Anna Hermansdr., betaald door de voogd Adriaen Cornelisz.

 
Joosten, Kuentken (I3317)
 
233

Hij huwde circa 1604 met zijn halfnicht Maerijke Cranendonck, geboren te IJsselmonde rond 1580, dochter van Huygo Pietersz (hoogheemraad en schepen) en Margrieta Gerritsdr. Zij was weduwe van Cornelis Cornelisz. Na de dood van Jan Jansz in 't Velt hertrouwde zij te Ridderkerk op 6 mei 1618 met Willem Leendertsz Arijswager. Zij overleed voor 20-3-1637. Jan Jansz in 't Velt overleed voor 1-2-1618. (Zie Weeskinderen Archief van Oost-IJsselmonde 2 fol. 11, 20 e.v.).

 
In 't Veld, Lijntje Jansdr (I1021)
 
234

Cornelis Jansz in ’t Velt de Oude liet op 17-3-1660 een testament opstellen. Zijn jongste zoon, Cornelis, werd de ouderlijke boerderij met 11 morgen grond vermaakt.
Cornelis Jansz had ook nog een natuurlijke zoon Pouweless.
De vrouw van Cornelis Jansz. int Velt werd in IJsselmonde begraven in 1654, ná 13 maart. 

 
In 't Veld, Cornelis Jansz (I1018)
 
235

Een dochter, mogelijk Niesje genaamd.
Op 3-8-1602 tradt Huijch Pietersen Cranendonck op als oudoom en bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van Fijcken Jansdr. Uit een acte van 30-11-1624 blijkt dat de kinderen en erfgenamen van Niesje Pietersdr. medegerechtigd waren in de Bootsers erfenis.
Verder had Fijcken Jansdr een dochter Niesje, waarschijnlijk vernoemd naar haar moeder.

 
Cranendonck, Niesje Pietersdr (I544)
 
236

Willem I van Horne was een edelman uit het Huis Horne die leefde van 1200-1264. Hij was heer van Horn en ook onder meer van Helmond. In 1222 verkocht hij de heerlijkheid Helmond aan hertog Hendrik I van Brabant, waarna deze heerlijkheid onder invloed van de hertog van Brabant kwam. Hij trouwde in 1230 met Heilwig van Altena, zus van Dirk III van Altena en Boudewijn van Altena. Zij was een dochter van Dirk II van Altena van het kasteel Altena te Almkerk.

 
van Horne, Comte, de Hornes, Sieur, d'Altena, de Weert, de Nederweert, Grand-Veneur, du Saint Empire Romain Ger, Senhor de Horn, Altena, Heeze e Venloon. Tomou parte na Oitava Cruzada, na Batalha de Woeringen. Foi morto na Batalha de Zierikzee. Willem I (I574)
 
237

Hun kinderen krijgen de achternaam van de moeder.

 
Deen, Cornelia "Neeltje" Jacobsz (I502230)
 
238

Jan was banketbakker te Oostzaan. Later nam hij vader's boerenbedrijf te Hoorn over

 
de Boer, Jan (I25)
 
239

Second wife of Adolphus de Wael. They got maried in 1620, her husband was 55 years old and she 20 years.

 
von Wylich zu Pröbsting, Maria (I6617)
 
240

Van den Clooster was a noble family from Drenthe, East part from the Netherlands. Okka was the first wife of Adolfus de Wael, she married in 1600 and was 20 years old. They got one child Catharina Maria de Wael, who inherited the noble title Vrouwe van Moersbergen.

 
van den Clooster, Okka (I6618)
 
241

Erfgename van het graafschap Lomme

 
van Henegouwen van Darnau, Symphoria (I1264)
 
242

Jannighe uit Meerkerksbrouck is getuige bij de doop van Grietje Philips Burggraaf op 23-12-1632 te Meerkerk.

 
Hendrickx, Jannighe (I3250)
 
243

Willem is niet genoemd in het testament van Swaengten in 1662 en is vermoedelijk te voren overleden

 
Burggraaf, Willem Berents (I3256)
 
244

Neeltje is op 27-7-1710 doopgetuige in Molenaarsgraaf bij de doop van Japick, zoon van Barent Philips Burggraaf en Annigje Ariens Groenevelt

 
de Boom, Neeltje Cornelisse (I502859)
 
245

Er is de vermelding van Bernard Jansz te Meerkerk op 8-8-1585 als deze wordt beleend met 4 morgen aan de oude Zijdwinde tot de gemene wetering van Kwakernaat (dit is tegenover de Burggraaf).

 
van den Burggraef, Bernhard Jansz (I502864)
 
246

In 1630 is Prijs Bernards (en daarvoor in 1585 Bernard Jansz) buur van een leen van 2 morgen land op Haesterveld tussen de Nieuwe Steegh en de Haesterveldse wetering. Prijske heeft vermoedelijk geen nakomelingen want er volgt in 1648 een overdracht aan neef Filips Arnoutsz. Als Prijske niet is gehuwd dan heeft zij vermoedelijk een zuster gehad die gehuwd was met Arnout N.
Prijs Barens jd in Meerkerk op 24-12-1638 lidmaat.

 
Bernts, Prijske (I3248)
 
247

 Ende is ghesciet voer heer Claes Beerntss vicureit, den coster ende den twee kercmeysters ter Amey

 
Beerntss, Claes (I3238)
 
248

 Koninklijk besluit, houdende vergunning aan den bruidegom en de bruid (als zijnde oom en nicht) tot het aangaan van dit huwelijk

 
de Kruijf, Neeltje (I3286)
 
249

Schepenen van stede Abbekerk kwamen ten zijnen huize het huwelijk sluiten

 
de Wilt, Pietertje (I6491)
 
250

 landeigenaar en houtvester in Gelderland, werd bij KB van 16 december 1818 ingelijfd in de Nederlandse adel

 
Dommer van Poldersveldt, Gijsbert Jan (I502584)
 

      «Prev 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ... 20» Next»